← Terug

Transparantie mijn neus

Transparantie mijn neus

Onze minister-president moet zich weer eens in allerlei bochten wringen om een boze Tweede Kamer van zich af te houden. Waren er nu wel of geen memo’s over het afschaffen van die veelbesproken dividendbelasting voor buitenlandse multinationals? Transparantie, het blijft lastig.

De premier heeft last van geheugenverlies, spreekt van dossiers en partijstukken die er ‘natuurlijk’ wel waren, maar van memo’s kan hij zich niets herinneren. Samen met zijn minister van economische zaken komt hij weg met een motie van afkeuring, die net geen Kamermeerderheid haalt.

Waar het echt om gaat, de correspondentie met de Shells en Unilevers van deze wereld die graag handjeklap maakten met het kabinet om zo hun buitenlandse aandeelhouders te plezieren, daar zien we natuurlijk niets van. Rutte kan rustig slapen, in de wetenschap dat er na zijn politieke loopbaan altijd nog wel een goudomrande functie bij een multinational op de plank ligt. Ondertussen daalt het vertrouwen van de samenleving in de politiek naar het absolute nulpunt.

Transparantie, het wil wat. In dezelfde week van dat lastige debat schrijft het FD liefst twee grote artikelen over de vaagheid van veel ondernemingen rondom hun financiële situatie. Een kasstroomoverzicht en een bestuursverslag ontbreken vaak bij de gedeponeerde jaarstukken. Slechte zaak, aldus de geïnterviewde hoogleraar en de redactie in een afsluitend commentaar. “Veel Nederlandse bedrijven hebben hun mond vol van het belang van duurzaamheid, innovatie, diversiteit en financiële transparantie voor het bedrijfsleven”, aldus de krant. “ Maar als het om hun eigen bedrijf gaat, blijken veel niet-beursgenoteerde ondernemingen een stuk minder happig om openheid te verschaffen over hun activiteiten en de financiële resultaten die zij daarop behalen.” Nederlandse bedrijven zouden verplicht moeten worden om een bestuursverslag te publiceren, want “transparantie mag geen papieren tijger worden”.

De reacties onder dat redactioneel commentaar (bij het FD kun je net als bij ons nog reageren op artikelen, dat wordt steeds zeldzamer) liegen er niet om: redactie, waar bemoei je je mee? Openheid, waarom? “Zodat mijn concurrenten precies weten wat ik goed doe en wat minder? Zodat mijn leveranciers precies weten welke prijzen nog wel wat opgerekt kunnen worden? De ‘maatschappij’ heeft anders dan de Belastingdienst helemaal niets met mijn bedrijf te maken.”

Ondernemers hebben helemaal geen zin om meer informatie te verschaffen dan strikt noodzakelijk is en houden zich graag alleen aan de minimumeisen die de wet stelt. Is dat erg? Ach, bij veel ondernemingen eigenlijk niet. Hun impact op het maatschappelijk verkeer is veelal beperkt, hun financiers en aandeelhouders weten meestal wel hoe de vlag er bij hangt en met een beetje mazzel hebben ze een goede accountant die ze op het rechte spoor houdt.

Het ligt anders als organisaties zelf gretig ronkende taal uitslaan over hun transparantie, hun grote bijdrage aan dat maatschappelijk verkeer en de manier waarop zij ‘maatschappelijk verantwoord’ opereren. Dan wordt het ‘time to put your money where your mouth is’. En dat blijkt vaak erg lastig, zeker als er zaken minder lekker gaan. Dan gaan de lamellen dicht, roepen woordvoerders dingen als “geen commentaar”, “we hebben de zaak in onderzoek”, “het is onder de rechter dus daar kunnen we niets over zeggen” en ga zo maar door. Tekstbehang vol vaagheden.

Toen recent jurist Peter Wakkie door de dolende meubelboer Steinhoff werd aangesteld als commissaris, was mijn eerste gedachte “daar horen we de komende tijd niet veel zinnigs meer over”. In een interview in NRC in 2015 stelde deze voormalige redder van Ahold klip en klaar dat je in tijden van crisis niks moet zeggen. En als het dan toch moet, houd het dan bij “feitelijke, nietszeggende verklaringen”. De communicatieafdeling is wat hem betreft gevaarlijk, want die willen openheid.

Uit ervaring weten wij als redactie dat ook de (grote) accountantskantoren wel raad weten met het ophangen van nietszeggend proza of het afleiden van ongemakkelijke berichtgeving. Als er een ronkend persbericht over een vaag onderzoek of een publicatie van een Big 4-kantoor in de mailbox ploft, is onze eerste reactie inmiddels “waar is de brand?” En ja hoor, tegelijk met dat afleidende bericht blijkt er weer iets lastigs aan de hand te zijn. Een slepende tuchtzaak, een oud dossier over wegkijkende accountants of zelfs het faciliteren van fraude.

Ongemakkelijk, natuurlijk, en niet leuk om zulk nieuws over je organisatie te lezen. Maar dingen verzwijgen of proberen te verhullen, daar kom je als onderneming anno nu niet meer mee weg. Met dank aan onze sociale media ligt alles uiteindelijk op straat, ook zaken die je liever achter die lamellen zou willen houden. Dus als er vervelend nieuws te vertellen is: kom er zelf mee naar buiten, plaats het in het juiste perspectief, geef aan wat je er aan wilt doen en neem de pijn van zulke berichtgeving in één keer. Goede voorbeelden van hoe dat moet zijn er genoeg. En slechte van hoe het niet moet nog veel meer. Vraag maar aan onze premier.

Auteur: Marc Schweppe
Hoofdredacteur accountant.nl en het magazine Accountant van de NBA.

Benieuwd wat PM voor jou kan betekenen? Word lid!

Lid worden (€1,-)