← Terug

Gaat Nederland de radicale hervorming van de Britten overnemen?

Accountants hebben al decennia te maken met vlagen van hevige kritiek. Sinds de economische crisis is de accountancy sector in een nog slechter daglicht komen te staan. Uit onderzoek is gebleken dat de controles te vaak niet voldoende waren uitgevoerd. In 2006 heeft de AFM de verantwoordelijkheid gekregen op het strenger toezien van controles. Sindsdien probeert de sector het beeld te herstellen.

Eind 2018 heeft de Britse toezichthouder CMA een rapport gepubliceerd over de toekomst van de Britse accountancysector. De toezichthouder ziet graag verandering in het verdienmodel van de accountant. Zo wil de CMA de accountancy kantoren opsplitsen: de mededingingswaakhond ziet liever een scheiding tussen accountants en adviseurs. Het opsplitsen is niet enige radicale verandering. “Joint audit” zou kansen bieden voor kleinere kantoren om mee te kunnen spelen met de grote jongens. De Big Four controleert het overgrote deel van de Britse top bedrijven. Door het invoeren van joint audit wordt de controle van deze bedrijven gezamenlijk uitgevoerd, door één van de Big Four kantoren en een kleiner kantoor.

In ongeveer dezelfde periode heeft de minister van Financiën, Wopke Hoekstra, de commissie toekomst accountancysector (CTA) aangesteld. De aanleiding van het instellen is dat de minister van mening is dat de sector de afgelopen vier jaar niet voldoende verbetering had laten zien. Daarnaast is de vraag of het verdienmodel net zoals in Groot-Brittannië op de schop zou moeten. Dit zou met behulp van de commissie moeten blijken. De commissie moest namelijk binnen een jaar tijd advies leveren met betrekking tot de verbetering van accountantscontroles en de mogelijke wijzigingen in de wet die hiermee overeenstemmen. De leden, zelf niet werkzaam in de accountancysector, zouden garant moeten staan voor de onafhankelijkheid.

Een klein jaar later, oktober 2019, komt het CTA met een 101 pagina tellend voorlopig rapport. Ondanks de vrees voor de bevindingen van de commissie, wordt het rapport met opluchting door de sector ontvangen. De commissie ziet geen redenen om de voetsporen van de Britten te volgen. Zo wordt er gesteld dat er onvoldoende wetenschappelijk bewijs is dat de opsplitsing van adviesdiensten en controle werkzaamheden zou leiden tot een verhoogde kwaliteit van de controlewerkzaamheden. Inhoudelijk gaat het CTA verder in op de kwaliteit van de controle werkzaamheden. Het CTA vindt het belangrijk dat accountants zekerheid toevoegen, omdat het publiek hier belang bij heeft. Toch blijkt dit niet altijd het geval. De SEO wijst namelijk op een Amerikaans onderzoek, waaruit blijkt dat accountants die ondernemingen op hun vingers tikken vanwege fouten in hun administratie, minder aantrekkelijk zijn voor potentiële klanten. Bovendien is in het verleden gebleken dat accountantsorganisaties niet altijd een kwalitatief goede controle prefereren boven de commerciële belangen van de organisaties. Volgens de CTA is er pas sprake van een kwalitatieve controle wanneer alle partijen erover eens zijn wat het belang is van de controle. Verder volstaat het niet om een verklaring kwalitatief te noemen door alleen te kijken of iets terecht of dan wel onterecht afgekeurd is. Het is lastig om een duidelijke definitie van kwaliteit te formuleren.

Het CTA ziet wel toekomst in een betere samenwerking tussen bedrijven, accountants en toezichthouders voor de verbetering van de controlekwaliteit. Een ander belangrijk punt van verbetering is het beeld wat “de accountant” nu heeft. Het CTA kaart aan dat de aantrekkelijkheid van het accountantsberoep daalt, de negatieve spiraal waar het beroep zich nu in bevindt, zal doorbroken moeten worden. Eenvoudige oplossingen zijn er nog niet gevonden, er zal nog goed nagedacht moeten worden over de toekomst.

Drie weken na publicatie kijkt de AFM met kritische blik naar het rapport. Op vele vlakken wordt het oordeel van de commissie erkent. De AFM stelt dat er wel degelijk wetenschappelijk bewijs is, te vinden in een door het AFM opgesteld rapport, dat er een negatieve impact op de kwaliteit van wettelijke controles is van onder andere het verdienmodel en de combinatie van advies en controle in één onderneming. De AFM stelt namelijk in hun rapport dat het perspectief van gecontroleerde bedrijven op de kwaliteit van de controles geen goede indicator is vanwege de commerciële belangen. De AFM veronderstelt juist dat gecontroleerde ondernemingen niet in staat zijn om te beoordelen of de kwaliteit goed is. Ook stelt de AFM dat auditcommissieleden terughoudend kunnen zijn met hun uitspraken over kwaliteit van de controle. De auditcommissie heeft namelijk een rol in de belangen behartigen van de ondernemingen en de controle van de externe accountants. De AFM is van mening dat de kwaliteitseis enkel geldig is wanneer er sprake is van voldoende expertise en onafhankelijkheid in de beoordeling van kwaliteit.

De vraag is of de reactie van het AFM van invloed is op het finale rapport van het CTA. Het is nog maar de vraag of het echt tot een scheiding komt.

 

Bronnen: Voorlopig rapport Commissie Toekomst Accountancy, Authoriteit Financiële Markten offieciële reactie op rapport CTA, fd.nl

Benieuwd wat PM voor jou kan betekenen? Word lid!

Lid worden (€1,-)